diagnostiek

Vergoede dyslexiezorg

De diagnostiek bij vergoede dyslexiezorg vindt geheel plaats volgens het door het CvZ voorgeschreven protocol. Het onderzoek bestaat uit twee dagdelen. Tijdens het ene dagdeel wordt een intelligentieonderzoek uitgevoerd, het tweede dagdeel is specifiek gericht op het vaststellen of er wel/niet sprake is van dyslexie.

Particulier betaalde zorg

In geval van particuliere diagnostiek wordt in overleg met de ouder(s) bepaald waaruit het psychodiagnostisch onderzoek zal bestaan. Bij de diagnostiek van lees- en spellingproblemen kan vaak met een ‘beperkt’ dyslexieonderzoek worden volstaan, waarbij er niet een volledig intelligentieonderzoek wordt afgenomen. Zo geldt voor de diagnostiek van rekenproblemen een ‘standaard’ dyscalculieonderzoek, dat bestaat uit een volledig intelligentieonderzoek en een didactisch rekenonderzoek. Zijn er echter aanwijzingen voor een meer complexe problematiek, dan zal een meer uitgebreid psychodiagnostisch onderzoek worden geadviseerd. Hierbij kan men denken aan onderzoek van de cognitieve vaardigheden (intelligentie), informatieverwerking of persoonlijkheidsontwikkeling.

In overleg met de ouders kan er contact met de school worden opgenomen. Dit contact kan bestaan uit een informatief gesprek met de leerkracht en/of intern begeleider van het kind over de problemen op school. Ook is een observatie van het kind tijdens de lessen mogelijk, waarbij informatie wordt verzameld over instructiegevoeligheid, taakaanpak, concentratievermogen, uitvoering van de taak, zelfcontrole, evaluatie van de taak, motivatie en/of contact met andere kinderen en leerkracht.

Het resultaat van het onderzoek is een diagnose op basis waarvan adviezen voor behandeling/begeleiding en/of doorverwijzing naar andere disciplines worden gegeven.